Herdenken en herinneren. Een kwestie van afstand

Voor mij als vrije jongere is 4 mei altijd een beetje vreemd. Ik heb geen oorlog meegemaakt. Ik ken zelfs de dreiging niet. Van school, uit de geschiedenisboeken, weet ik van de Tweede Wereldoorlog. Ik kan de droge feiten opsommen over dodenaantallen en andere slachtoffers. Maar ik heb er niks mee, ik voel er niks bij. Voor mij is het heel cru gezegd “het meest uitgekauwde stukje geschiedenis”.

Dat zeg ik niet om iemand op de tenen te trappen. Ik ben er ook niet trots op. Het moet een heel ingrijpende tijd geweest zijn. Maar ik kan me er geen voorstelling bij maken. Mijn grootouders hebben nooit verhalen verteld over die tijd. In mijn dorp was het relatief rustig blijkbaar. Op geen enkele manier is de Tweede Wereldoorlog voor mij dichtbij te noemen.

Behalve als ik in de toespraak na de twee minuten stilte iemand hoor spreken over een persoonlijk verhaal. Dit jaar burgemeester Van der Laan. Hij vertelde dat het bij hem thuis na de twee minuten stilte altijd hetzelfde liedje was: moeder zat hard te huilen en vader ging stil schoffelen in de tuin. Voor hem onbegrijpelijk. Tot hij in het boek van zijn moeder las hoe zij de oorlog hadden beleefd. Tot hij het verhaal las van Sinterklaasavond 1943: een viering met zijn twaalven, een jaar later waren er zeven van hen gefusilleerd.

Het is in zo’n toespraak als die van Van der Laan, of in een voorgaand jaar van generaal b.d. Van Uhm, dat geschiedenis een gezicht krijgt. Dat het grote verhaal van de Tweede Wereldoorlog een beetje dichterbij komt. Dat het betekenis krijgt, ook 70 jaar na dato.

En misschien is het een grote gedachtesprong, maar wel een die direct in mij opkwam na de woorden van burgemeester Van der Laan. Hoe zit het met al die eindexamenkandidaten? Zij moeten binnenkort examen doen in vakken die wellicht ook ver van hen afstaan. Zij moeten zich (en liefst hebben ze dat al gedaan) voorbereiden op een toets waarvan de inhoud wellicht ver van hen afstaat.

Als ik het op een (voor de toekomst) onbelangrijk iets als Dodenherdenking al moeilijk heb om te herdenken vanwege die afstand. Hoe moet het dan voor hen zijn om stof te herinneren die even ver van hen afstaat? Wetend dat de toekomst van hun diploma ervan afhangt.

Dit geldt natuurlijk niet alleen voor examenleerlingen, het geldt ook niet alleen voor leerlingen. Het geldt voor iedereen. Hoe groter de afstand, hoe moeilijker het is om contact te maken met een onderwerp. Maar het kan wel. Net als de Tweede Wereldoorlog dichterbij kan komen door een persoonlijk verhaal, kunnen ook andere onderwerpen dichterbij komen. Als ze maar een gezicht krijgen, als ze maar een verhaal krijgen.

Zo is het altijd de taak van een docent om vakken een beeld en een verhaal te geven. Om het persoonlijk te maken. Om het vak onvergetelijk te maken. Helaas zit dat er niet altijd in. Zeker ook omdat onvergetelijk voor iedereen door iets anders veroorzaakt kan worden. En dan moet je zelf maar aan de slag om het vak dichterbij te halen.

Ik wens het iedereen toe dat ook de meest ver weg staande onderwerpen dichterbij mogen komen en een onvergetelijke indruk mogen maken.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *