Waarom je nu moet doen, wat morgen misschien kan

Afgelopen week was in Lopik (het dorp verderop) het Groot Dictee der Lopikerwaard. Als vrijwilliger bij de plaatselijke bibliotheek was ik gevraagd om in het biebteam mee te strijden. Gelukkig was het wat later op de avond en kon ik dit netjes na mijn leerlingen plannen. Dus getooid in een oranje one-size-fits-all polo zat ik aan een tafel te zwoegen op een tekst vol eigenaardigheden en instinkers.

Best spannend, want ik heb als huiswerkbegeleider toch mijn eer hoog te houden. Maar het overheersende gevoel op die avond was er een van urgentie over onderwijs en over taal.

De avond van het dictee was een succes! Gelukkig is mij een blamage bespaard gebleven. Als huiswerkbegeleider voel ik toch een bepaalde druk om te presteren bij zo’n schools evenement als een dictee. Maar ik heb mij om niets zorgen gemaakt: aan het eind van de avond werd ik uitgeroepen tot Lopikse winnaar van de avond. Volgend jaar ben ik weer van de partij om mijn titel te verdedigen.

Toch zette dit mij aan het denken. Want als ik met een klein beetje onderhoud winnaar kan worden, moet dat voor anderen toch ook niet zo’n probleem zijn? Ok, ik lees vrij veel, ik ben in mijn kindertijd vaak gecorrigeerd in mijn taalgebruik, maar spelling is toch iets anders.

Of is dat juist het essentiële punt? Die correctie in mijn kindertijd. Want toen was ik er natuurlijk vroeg bij. En dat is volgens onderzoek ook de manier om iets te leren. Hoe vroeger je begint, hoe meer je kunt herhalen. Hoe meer je kunt herhalen, hoe beter het blijft hangen. Hoe meer je kunt oefenen, hoe meer je kunt perfectioneren.

Uitstellen is heel menselijk. Ons brein geeft verschillende stoffen vrij bij leuke dingen en minder leuke dingen. Als het leuk is, voelen we ons positief. En wie wil zich nu niet positief voelen? Daar richten we ons dus het meeste op. En de minder leuke dingen stellen we dan uit, want die geven ons niet dat positieve gevoel.

Ik kan mij zo voorstellen dat je zelf kunt invullen wat voor jou minder leuk is en wat jij “graag” uitstelt. Vaak is dat ook iets waar je minder goed in bent. En dan zou extra oefenen eigenlijk heel handig zijn. Maar tijd voor extra oefenen heb je niet meer als je blijft uitstellen.

In mijn dagelijks werk zie ik heel veel leerlingen struikelen over het vak Wiskunde. Niet heel gek, want het is een vak met specifieke eisen en specifieke vaardigheden. Maar nog veel belangrijker: het is een vak dat extra zwaar meetelt in het slagen. Leerlingen moeten minstens een 5 gemiddeld hebben voor wiskunde, anders zijn ze sowieso gezakt, hoeveel achten en negens er ook tegenover staan.

Speciaal voor jongeren die binnenkort hun eindexamen moeten doen en zich nog niet zo zeker voelen van Wiskunde A, organiseer ik op zaterdag 3 mei een Studiedag voor Wiskunde A. Eén dag waarin we de belangrijkste stof voor het examen doorlopen, waarin je leert zoveel mogelijk punten te scoren per vraag (ook als je geen idee hebt wat je zou moeten doen bij die vraag) en vooral een dag waarin je begint aan de optimale voorbereiding op je examenperiode. Aan het eind van de dag is je kennis op orde, weet je waar je nog mee moet oefenen en heb je duidelijk voor ogen hoe je dat zou moeten doen. Een unieke kans om jouw kans op succes te vergroten. Neem vandaag de regie in handen en zet de eerste stap op weg naar een geslaagde examenperiode!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *