Is dat online leren nuttig? Een paar kanttekeningen

MOOC’s, TEDtalks, DWDD College, YouTube, Khan Academy… De lijst is oneindig veel langer. Online leren is booming!

DWDD University met prof. Scherder

Geef mensen eens ongelijk. Online leren is ontzettend handig. Sommige dingen moet je nu eenmaal leren. Wat is er dan tegen om het op het moment te doen dat het jou uitkomt? Op een manier die voor jou prettig is?

Voordeel: onafhankelijkheid
De kracht van online is de virtuele onafhankelijkheid. Je bent nauwelijks afhankelijk van de agenda van anderen. Als zij midden in de nacht een filmpje opnemen met uitleg over een bepaald wiskundehoofdstuk, hoef je niet live mee te kijken. Je kunt het op ieder gewenst tijdstip op je eigen computer bekijken. En je kunt het veel vaker bekijken. Je kunt de persoon pauzeren, het filmpje terugspoelen en zo de belangrijkste dingen precies in je opnemen.

Kanttekening: ongebondenheid
Deze kracht heeft alleen een addertje onder het gras. Het is heel makkelijk om de verbinding te missen. Soms heb je anderen juist nodig om jou op het goede moment net even een zetje in de rug te geven. Dat is bijna onmogelijk met online filmpjes. Dat zijn statische gegevens, vergelijkbaar met een boek. Als je niet precies begrijpt wat erin staat, helpt het je niet verder. Op zo’n moment mis je dat persoonlijke contact, dat je offline wel hebt bij leren.

Voordeel: toegankelijkheid
De hele wereld ligt aan je voeten online. Virtueel dan, want eigenlijk ligt de online wereld onder je vingertoppen en achter je beeldscherm. Maar de informatie op dat scherm is grenzeloos. Waar je voorheen dagen in een verstofte bibliotheek op zoek moest naar dat ene boek met informatie over jouw werkstuk, is diezelfde informatie nu met een paar drukken op de knoppen toegankelijk.

Kanttekening: betrouwbaarheid
Informatie is vrij toegankelijk. Maar tegelijkertijd is informatie ook vrij deelbaar. Iedereen kan een internetpagina schrijven. Daar hoef je geen programmeertaal voor te kennen. Met evenveel drukken op knoppen heb je een hele pagina gelanceerd. Dat is positief, want zo wordt veel kennis vrij toegankelijk. De vraag is alleen of alle informatie betrouwbaar is. Bij een boek heb je in ieder geval de garantie dat er ooit een redacteur naar heeft gekeken.

Eigenlijk gelden voor online leren dezelfde randvoorwaarden als voor offline leren. Het menselijk brein verandert namelijk niet zo zeer. Het past zich gedeeltelijk aan bij veranderende omstandigheden. Maar de manier waarop informatie het beste wordt opgenomen is nog altijd hetzelfde. Contact, verbinding, context, verbeelding en structuur zijn onmisbaar. Die maken of breken de effectiviteit van leren. Online of offline.

Hoe verkopers stiekem heel goede leraren zijn

“Goedemorgen, mevrouw. Komt het gelegen dat ik u even bel?” Hoe vaak ik die zin al niet gehoord heb deze week… Natuurlijk is er het ‘bel-me-niet’ register. En dat is ook een geweldige uitkomst. Ik heb alleen niet het geduld om dat hele bandje af te luisteren. En ik ben ook te lui om me te gaan registreren op internet.

Het is ontzettend irritant. Maar als je even blijft hangen en de echte verkopers aan het woord laat, leer je ongelooflijk veel van ze.

Het is crisis. Nog steeds. Uitgeverijen en andere bedrijven vechten om dat ene bedrijf dat nog wel iets wil investeren of uitgeven. Daarom is dit ook het moment dat bedrijven worden platgebeld door verkopers, accountmanagers en andere acquisiteurs.

Ongelooflijk vervelend. Want vaak zit je helemaal niet te wachten op wat ze je aanbieden. En als je het nodig zou hebben, had je het allang zelf uitgezocht. Als het echt belangrijk was geweest, had je zelf wel contact opgenomen.

Op het eerste gezicht lijken er niet veel overeenkomsten te zitten tussen een leerling en een bedrijf. Maar als je naar de alinea hierboven kijkt, kan die ook prima vanuit het perspectief van een verveelde leerling geschreven zijn…

Vaak zit je helemaal niet te wachten op wat die docent je probeert uit te leggen. Als je het nodig zou hebben, had je het allang uitgezocht. Als het echt belangrijk was geweest, had je zelf wel contact opgenomen. Als het onmisbare kennis was geweest, had je het wel eerder gevonden. Maar dat is het nu eenmaal niet!

Het verschil tussen verkopers en docenten is hun insteek. Docenten zijn verliefd op hun product. Het is hun vak en dat is het geweldigste op de hele wereld. Wie wil daar nu niet alles van weten? Wie kan er leven zonder dat product? Verkopers interesseert het geen bal wat ze verkopen. Of het nu auto’s zijn of advertenties, energiecontracten of telefonieabonnementen. Het enige dat ze willen bereiken is dat jij denkt dat je er niet zonder kunt. Dat je leven niet compleet is zonder hun product te kopen.

En als de klik er is, is er een koop.

Dan is de vraag: zouden leraren daar niet iets van moeten leren? Want als leerlingen inderdaad het gevoel hebben dat hun leven niet compleet is zonder een bepaald vak, zouden ze veel harder werken. Ze zouden dag en nacht bezig zijn met datgene waarvan de docent wil dat ze het leren. En zonder moeite, uit zichzelf.

Laat ik voorop stellen: zulke leraren zijn er zeker. Er zijn wel degelijk leraren die in de hoofden van hun leerlingen kunnen kruipen. Die het vak levend maken. Die inspireren. Die leerlingen uitdagen om het te willen weten. En die leerlingen gemotiveerd maken om er alles uit te halen. Die leraren moeten gekoesterd worden.

De belangrijkste troef van verkopers is uiteindelijk hun wil om in jouw hoofd te komen. En ze weten dat dat niet automatisch gaat alleen maar door de klant naar de buitenkant van hun product te laten kijken. Ze moeten hun voet tussen de deur steken, ze moeten vleien, ze moeten verantwoordelijkheid laten voelen, maar ze moeten vooral laten denken.

Geen enkele verkoper zal klagen dat een klant niet gemotiveerd was om zijn product te kopen. Hij zal juist harder werken en manieren vinden om die klant te prikkelen om het te overwegen. In het verkoopgesprek tast de verkoper de grenzen af van de klant, om er het liefst ietsje over te gaan, maar wel zonder de klant een ongemakkelijk gevoel te geven.

In dat opzicht zouden ze goede leraren zijn. Maar willen wij zulke leraren? Zonder passie voor het product, zonder onmetelijke kennis en zonder liefde voor de leerling? Tja, dan zijn ze nog niet zo gek die vakidioten.

Wat als die flow nou niet komt? 3 tips

Er zijn weken. Dan vliegt het werk uit je handen. Artikelen schrijven zichzelf, Google kan alles in één keer vinden, alsof je vingers over het toetsenbord dansen en jij alleen maar hoeft te kijken hoe het scherm zich vult met prachtige tekst.

carefree

Je kunt de hele wereld aan. Alle mogelijke opdrachten worden door jou in een mum geklaard. Niets kost je moeite, behalve stoppen met werken. Pauzes heb je niet nodig om je op te laden. Je vergeet ze gewoon. Ver na normale lunchtijd herinnert je maag je eraan dat eten af en toe ook noodzakelijk is.

Dat zijn de weken waarin je de grote slagen maakt, waarin je vooruitgang boekt en waarin werken geen moeite kost. Waren alle weken maar zo.

Helaas. Er zijn ook andere weken. De een wat beter dan de ander, maar al die weken zijn zonder flow. Werken kost moeite. Dingen lukken niet. Je staart uren naar een leeg scherm en je krijgt je vingers nauwelijks in beweging om die toetsen aan te slaan. En het allerergste: er moet nog zoveel gedaan worden!

difficult road

Op de een of andere manier word je constant gestoord. Er komt van alles tussendoor. Je hebt de rust niet om echt in een taak te duiken en deze tot een goed einde te brengen. Je voelt je steeds meer opgejaagd en die onrust helpt niet om helder na te denken. Drie tips om hier mee om te gaan en om terug te zoeken naar die flow.

Tip 1: Accepteer het
Hoe eerder je accepteert dat je niet in de gewenste situatie zit en er dus het beste van moet maken, hoe beter. Zolang je het niet accepteert, ben je er in je hoofd mee bezig, wind je je op en stop je er dus onnodig energie in. Je kunt namelijk wel boos zijn dat het zo is, maar die boosheid verandert er niets aan. Accepteer dat je het niet fijn vindt, zoek naar een oplossing en steek daar energie in.

Tip 2: Ga na wat je het meeste stoort
Als je hoofd niet bezig is met je werk, is het dus ergens anders mee bezig. En het is er zo mee bezig, dat je niet toekomt aan je werk. Ga na wat dat is. Waar maak je je zorgen over? Waar ben je gespannen voor? Wat houdt jou op dit moment het meeste bezig? Grote kans dat dit onbewust enorm meespeelt in je manier van werken. Het kan ook zijn dat wat jou het meest stoort buiten jezelf ligt. Het kunnen collega’s of vrienden zijn die continu om aandacht vragen. Het kunnen gezinsleden of huisdieren zijn. Het kan iets in je omgeving zijn zoals luidruchtige buren of grasmaaiende gemeentewerkers. Zoek uit wat tussen jou en je flow staat.

Tip 3: Werk om je stoorzender heen
Wat je aandacht geeft, zal groeien. En omgekeerd geldt: wat je negeert, bezorgt je minder last. Is er een manier om de invloed van je stoorzender te minimaliseren? Als het iets is waar je je zorgen om maakt, helpt het uitspreken daarvan al. Het gewoon toegeven dat je bezorgd bent, lucht dat gevoel op.
Als het iets in je omgeving is, zou je kunnen kijken of je afspraken kunt maken met collega’s of gezinsleden. Zet bijvoorbeeld een stoplicht op je bureau.
stoplicht Rood: niet storen, tenzij moord of brand
Oranje: je krijgt een minuut voor je vraag, maar ik antwoord niet meteen.
Groen: je kunt me voor alles storen

Als het iets is waar je niets aan kunt doen, zoals grasmaaiende gemeentewerkers, sta er niet bij stil. Laat het gaan en vertrouw erop dat het gras een keer op is. De rust keert vanzelf weer terug.

Terugkomen in die flow is lastig. Maar het helpt al als je niet te hard probeert om erin te komen. Hoe meer je bezig bent met het resultaat van “in flow zijn”, hoe minder snel je daadwerkelijk in die flow zult komen. Je kunt het gevoel namelijk niet afdwingen.

Snelle beloning voor de lange termijn

‘Instant gratification’ zo noemen ze het in het Engels. In het Nederlands ‘instant bevrediging’. Het snel kunnen verwerven van de bevrediging van je behoefte. En het is precies wat Facebook doet. Op ieder moment komen er berichtjes over je scherm getuimeld. Het is een voortdurende stroom van brokjes informatie over mensen die je kent (of niet).

Mensen zijn sociale dieren. We zijn afgesteld op sociale signalen en op het in de gaten houden van de mensen in onze eigen groep. Facebook maakt het mogelijk om op elk gewenst moment informatie in te winnen over de sociale signalen van de mensen in onze groep. Wat zijn ze aan het doen? Hebben ze het leuk? Waar zijn ze mee bezig? Hoe voelen ze zich?

School en werk zijn iets anders georganiseerd. Het is een structuur waar instant bevrediging niet zo centraal staat. Er wordt langzaam opgebouwd naar een hoogtepunt. De weg naar dat hoogtepunt toe is vaak hard werken en soms zelfs afzien. De bevrediging komt pas bij het bereiken van het hoogtepunt.

Niet heel erg verbazingwekkend dat alle korte impulsen tussendoor onze aandacht afleiden. Die korte impulsen geven namelijk vaak wel meteen een goed gevoel. Dat kan zijn social media, even iets leuks doen, een tv-serie kijken, in de zon liggen. Noem het maar op. Zolang het maar bevredigender is dan het afzien op weg naar het hogere doel.

Het marshmellow experiment (1)
Sommige mensen zijn beter in het onderdrukken van die neiging tot instant bevrediging dan anderen. Dat geeft uiteindelijk ook een voorspellende score voor succes. Want mensen die langer kunnen afzien zonder beloning, krijgen vaak ook het meeste werk gedaan. Om deze vaardigheid te onderzoeken bij kinderen gebruiken onderzoekers het marshmallow experiment.

Een kind zit in een kamertje aan een tafel. Op de tafel ligt een marshmallow. De onderzoeker doet alsof hij nog even wat spullen moet pakken en zegt tegen het kind: “Als je de marshmallow niet hebt opgegeten als ik terugkom, krijg je er nog extra.”

De vraag is natuurlijk, kan dat kind de verleiding weerstaan om de marshmallow op te eten in de wetenschap dat als het lukt, er nog meer marshmallows komen? Kun je de beschikbare bevrediging nu uitstellen voor een grotere bevrediging straks?

Dat blijkt nog best lastig te zijn. En geef zo’n kind nu eens ongelijk. Als je nu een marshmallow kunt opeten, ga je toch niet eindeloos zitten wachten tot die meneer misschien terugkomt met meer marshmallows?

Voor onszelf kunnen we het omgekeerde doen van het marshmallow experiment. Als we lang moeten wachten op beloning en bevrediging is het lastig. Wat is dan slimmer dan het naar voren halen van die beloning? Kunnen we de grote taak die ons uiteindelijk grote bevrediging gaat opleveren niet splitsen in kleinere taken die ons ondertussen sneller bevrediging opleveren?

Ga voor jezelf na: wat is mijn marshmallow?
Waar krijg ik een goed gevoel van? Kan ik dat inbouwen in mijn werkschema? Kan ik mijn taak in kleinere taakjes opsplitsen, zodat ik mezelf sneller kan belonen voor resultaat?

Uiteindelijk heb je een beter gevoel en zul je sneller je taak af hebben, omdat je er niet meer zo tegenop ziet. Je start sneller en bent dus eerder klaar.
Een snelle beloning voor resultaat op de lange termijn!

Hoe Facebook het leren op zijn kop zet.

Op elk moment van de dag heeft de huidige leerling op zijn beeldschermpje toegang tot zo’n beetje alle informatie ter wereld. Het is eenvoudiger dan ooit om elkaar op de hoogte te houden van alles wat er in ons leven gebeurt. We hoeven niet meer te wachten tot de foto’s zijn ontwikkeld of ingeplakt in het fotoboek. We zetten ze meteen op Facebook, vaak al op de vakantiebestemming zelf. We hoeven geen “speciale avonden” te organiseren om de vakantievideo te bekijken, die staat ook al op Facebook.

In drie minuten op Facebook, zie ik alleen al op mijn berichtenoverzicht van alles en nog wat voorbij schieten. Zaken die mijn Facebook-vrienden delen, omdat zij het interessant, grappig of gewoon delenswaardig vinden. Zaken die mijn Facebook-vrienden er zelf opzetten, omdat ze hun bezigheden willen delen met hun netwerk. En uiteraard de “voorgestelde berichten” die Facebook ongevraagd in mijn overzicht plaatst, omdat bedrijven voor die plaatsing betaald hebben.

En dat is alleen nog maar Facebook. Op Twitter geldt hetzelfde. Maar zelfs Wikipedia kan hetzelfde effect hebben. In hun artikelen staan links naar gerelateerde artikelen en hoe makkelijk is het om je cursor naar die link te bewegen en op je linkermuisknop te klikken? Of bij een touchscreen gewoon die link aan te raken? Je was op zoek naar informatie, maar onderweg vind je meer informatie en daar past weer nog meer informatie bij. Voor je het weet, ben je vergeten wat je oorspronkelijk aan het opzoeken was. Je hebt een sneeuwbal aan informatie ontketend.

De grootste kracht van het onderwijs is dat het systeem aanbrengt in alle informatie. Het leert vaardigheden aan om die informatie te verwerken en om van theorie naar praktijk te komen. Dat doet het gestructureerd: er zijn verschillende vakken met allemaal hun eigen voorgeschreven tijd in het rooster. In die vakken zijn er verschillende hoofdstukken met allemaal hun eigen voorgeschreven tijd in het studieplan. En zelfs in die hoofdstukken is de stof gestructureerd opgebouwd en heeft de schrijver een systeem ingebouwd. Die structuur is extern georganiseerd. Een uitgever of een docent organiseert de stroom informatie op zo’n manier dat het behapbaar blijft. Het is geen trechter die maar wordt volgestouwd.

De externe organisatie loopt een beetje spaak met de wereld buiten school. Daar is zo ongeveer alles wat we willen beschikbaar op het moment dat we dat willen. Interactieve tv, opnamefuncties, video on-demand. Dat spanningsveld maakt het volgens mij zo lastig voor leerlingen om af te stemmen op de frequentie van hun leraar of van school. School is als het ware een meergangendiner dat gerecht voor gerecht wordt opgediend. Een sterrendiner, waarbij in de gerechten wordt opgebouwd naar een hoogtepunt.

In die vergelijking is social media of internet een beetje als een buffet of een all-you-can-eat tapasrestaurant. Alles kan tegelijk. Iedere combinatie is prima als jij die kiest. Alles is beschikbaar op ieder moment, jij maakt de keuzes. De vraag is alleen: wanneer is de smaakbeleving het best? Wanneer komt de informatie het best tot zijn recht?